
"Uw zoon is kleurenblind, maar dat is geen ramp. Hij kan alles worden behalve beeldend kunstenaar".
Vanaf zijn prille jeugd is Herman Brood aan het tekenen.
In 1964 wordt hij zelfs toegelaten tot de Kunstacademie in Arnhem. "Proeftijd" aldus Herman.
Hij is niet en wordt niet het prototype van een student. Met een 2 voor het vak kunstgeschiedenis
is het na een paar maanden over. Herman Brood wordt van de Kunstacademie gegooid.
Ondanks het feit dat Herman zo kort op de Kunstakademie zat ontmoette hij daar Ella van Baarn,
iemand die een hele grote invloed op z’n tekenstijl zou krijgen. Zij had namelijk een hele aparte
stijl van tekenen, een stijl die te vergelijken was met die van kleine kinderen. Zoals iedereen
waarschijnlijk wel eens heeft geprobeerd om een huisje met een deur daarin en bovenop een puntdak
in 1 ononderbroken lijn zonder
dus de pen van het papier te halen te tekenen. Dat was de manier zoals
Ella dat deed. Herman was
daarvan zwaar onder de indruk en maakte zich deze stijl eigen hetgeen in al
zijn werk in meer of mindere mate terugkwam. Verder probeerde hij om het zoveel mogelijk te perfectioneren
zoals een kind zou tekenen door zich bijv. niets aan te trekken van dieptes, verhoudingen enz. De invloed van
Lucebert was ook aanwezig, vooral in de beginperiode. Veel van de tekeningen krijgen ook meer kracht door de
gebruikte teksten en/of slogans.
Veel tekende hij op bierviltjes. Dat was ook wel makkelijk want waar Herman Brood was,
waren ook de bierviltjes. De tekeningen konden ook mooi dienen als betaalmiddel voor een
avondje drinken of in ruil voor een treinkaartje.
Het inkleuren van de tekeningen behoorde niet tot zijn favoriete bezigheden. Vaak gaf hij
samen met de tekening de opmerking mee “zelf inkleuren”.