
Vanaf zijn prille jeugd is Herman Brood aan het tekenen.
In 1964 wordt hij zelfs toegelaten tot de Kunstacademie in Arnhem.
"Proeftijd" aldus Herman. Hij is niet en wordt niet het prototype van een student.
Met een 2 voor het vak kunstgeschiedenis is het na een paar maanden over.
Herman Brood wordt van de Kunstacademie gegooid.
Het altijd maar tekenen op bierviltjes viel de eigenaar van nachtcafé "Richter" op en hij stelde Herman Brood
in 1985 voor om te gaan exposeren.
Niet met de getekende bierviltjes, maar groter op het doek.
Dit was nieuw voor hem, maar
hij ging ervoor.
Langzamerhand kreeg hij meer zelfvertrouwen en daardoor werden zijn werken alsmaar groter.
Z'n eerste expositie was een feit.
Herman Brood sloot zich soms dagen achtereen op in het grote atelier voor schildersessies die wel 20 uur konden duren.
Perfect om na een heftig optreden helemaal tot rust te komen en/of de overtollige agressie kwijt te raken.
Van grote stukken linnen van 1 bij 1 meter tot hele grote stukken linnen van zo'n 2 bij 5 meter.
Bussen en potten met acrylverf, een enkele kwast, veel spuitbussen, verfrollers, verschillende sjablonen zoals
uitgesneden teksten de deksel van de wasmand en stukjes vitrage.
En niet te vergeten de drank en speed.
Het liefst gaan schilderen op meerdere doeken tegelijk om zichzelf enigszins te kunnen verrassen.
Spontaan beginnen zoals kinderen dat kunnen, eventueel met als hulpmiddel een blinddoek voor de ogen.
Diverse onderwerpen zoals vrouwen, muziek, drugs, cowboys en paarden, sport, vetkuiven, casino's,
altijd direct of indirect met zijn leven te makken hebbend, in werkelijkheid of in fantasie.
Beginnend door met een zwarte spuitbus hele snelle lijnen te zetten op een liggend stuk linnen.
Het in eerste instantie neerzetten van bijvoorbeeld een gezicht gebeurd soms in 1 of 2 lijnen.
Spuitbus indrukken en beginnen bij het linkeroog, direct door naar de neus en het rechteroog gevolgd door het rechteroor
en via de kin snel naar het andere oor.
Eventueel nog een keer indrukken voor een mooie zwarte kuif die het gezicht compleet maakt.
Met een scherp mes de doppen van de kleurige acrylverf flessen eraf slaan en zorgen dat de dikke klodders op het doek vallen.
Dan de verfroller erbij en zo snel en spontaan mogelijk de vlakken inkleuren.
Daarna eventueel enkele verdwenen lijnen met de spuitbus bijwerken.
Afwerken en accentueren door bijvoorbeeld de injectienaald gevuld met inkt te gebruiken of met een stukje vitrage wat verf
weg te vegen of met een uitgesneden sjabloon een slogan te plaatsen, al dan niet te maken hebbend met de afbeelding.
"Een kind kan de was doen".
Misschien was het daarna nog wel het leukste om te doen of het geen enkele moeite had gekost,
of hij er zo 5 in het kwartier kon maken. Het tegendeel was eerder waar.
Tijdens het schilderen geconcentreerd heen en weer lopend voor het doek en om het doek heen.
De afbeelding van alle kanten bekijken of er nog iets bij moest of juist niet.
Soms toch nog niet tevreden en dan de grote pot met acrylverf er overheen,
zo werd een doek binnen 5 seconden weer gereinigd en kon hij opnieuw beginnen.
Dit laatste soms ook alleen om te shockeren.
Even bij de opening van een expositie vragen aan de omstanders wat het mooiste doek is om daarna dat schilderij of een
zojuist verkocht werk te pakken en dan juist die gebruiken voor een nieuwe afbeelding.
Maar dan de angst van Herman, als het er maar niet te gelikt gaat uitzien.